Cultuur vergroent
Wat we kunnen leren van de cultuur- organisaties die hun milieu-impact al meten
82 procent van de bedrijven in Nederland is bezig met verduurzamen, kopte het CBS eind 2023, bijvoorbeeld op het gebied van energiebesparing. In de cultuursector is op dat vlak echter nog veel te doen. Een paar maanden eerder publiceerde de Raad van Cultuur nog het advies Cultuur Natuurlijk, waarin zij organisaties adviseert om de ecologische voetafdruk te gaan monitoren en naar manieren te zoeken om die te verkleinen. Maar hoe begin je daarmee? Wat heb je ervoor nodig? En: wat breng je in kaart? Een eerste verkenning laat zien dat er al een groene beweging gaande is in de sector, en dat de koplopers daarvan veel van deze prangende vragen kunnen beantwoorden.
In haar advies benoemt de Raad van Cultuur dat er de culturele sector veel veranderkracht bezit, waarmee de verduurzamingsslag op de breedst mogelijk manier ingezet kan worden. Hoewel het drukken van energiegebruik en -kosten hierbij zeker meespeelt, zouden organisaties naar hun volledige ecologische voetafdruk kunnen kijken: een inschatting van de eigen impact als het gaat om grondstofgebruik, afvalverwerking, CO2-uitstoot en meer. Daarnaast kunnen kunst- en cultuurinstellingen hun publiek door middel van hun kunst inspireren om bewuster met duurzaamheid bezig te zijn.
Over de verkenning
In navolging van het advies van de Raad van Cultuur, voerde Het PON & Telos deze verkenning uit in het voorjaar van 2024 in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Hierin keken we specifiek naar organisaties die binnen de culturele sector al bezig zijn gegaan met verduurzaming. Door te vragen naar de ervaringen die zij opdeden in hun verduurzamingstraject, kregen wij een beter beeld van de mogelijkheden en uitdagingen van bredere monitoring in de sector. Aan de hand van een uitgebreide vragenlijst (die werd ingevuld door 29 koplopers vanuit culturele organisaties) en vijf interviews (zowel met mensen uit het culturele veld als met experts op het gebied van milieu-impactmonitoring) zijn we met dit specifieke verduurzamingsvraagstuk aan de slag gegaan.
Bewust maken
De koplopers die wij spraken, willen vooral een steentje bijdragen aan duurzaamheid nu het een steeds belangrijker onderwerp in de samenleving wordt. Een bijkomend voordeel is dat zij hiervoor genoodzaakt zijn om in kaart te brengen wat hun eigen verbruik op allerlei indicatoren is. Daarmee kunnen deze organisaties gericht sturen op het besparen van kosten. Daarbij zien ze het meten van hun milieu-impact als een manier om eigen medewerkers en publiek bewust te maken van dit onderwerp.
Het is nog wel een kwestie van pionieren. Op dit moment zijn er nog weinig richtlijnen voor de culturele sector als het gaat om milieu-impactmonitoring. De koplopers hebben daarom vooral zelf moeten uitvinden hoe ze hier stappen in konden zetten. Hoewel er inmiddels wat online tools beschikbaar zijn voor het in kaart brengen van de ecologische voetafdruk van bedrijven, geven de koplopers aan dat zij zich in eerste instantie vooral eigen spreadsheets bijhielden en dit langzaamaan verder professionaliseerden; mede omdat de bestaande tools met name gericht zijn op bedrijven uit andere sectoren en nog niet goed toepasbaar zijn op culturele organisaties.
"Het is nog een kwestie van pionieren. Op dit moment zijn er nog weinig richtlijnen voor de culturele sector als het gaat om milieu-impactmonitoring."
Indicatoren
Om te kunnen sturen op duurzaamheid, zijn de koplopers vooral aan de slag gegaan met het in kaart brengen van diverse indicatoren. Denk bijvoorbeeld aan de energierekening, catering (inkoop), afvalrapportages, drukwerk, materiaalgebruik van producties, inkoop van producten, en de reisbewegingen van het gezelschap en het publiek. De koplopers geven aan dat het een flinke tijdsinvestering vergt om inzicht te krijgen in deze indicatoren, en dat ze vaak in verschillende mate beschikbaar zijn. Deelnemers aan het onderzoek gaven aan dat vooral het in kaart brengen van de reisbewegingen van het publiek veel tijd kost en dat zaken als (gevaarlijk) afval en afvalwater vaak gebaseerd zijn op schattingen, mede omdat de verwerker doorgaans geen specificatie aanlevert. Ze missen vooral sturing vanuit de overheid op welke indicatoren ze in beeld zouden moeten brengen.

Vier scenario's
Op basis van de bevindingen uit onze verkenning, kunnen we vier scenario’s schetsen waarmee de Rijksoverheid kan kiezen in welke mate sturing nodig is:
- Als de huidige situatie voortgezet wordt, blijven we in scenario 3. Organisaties gaan vrijblijvend, op eigen initiatief en eigen organisatieniveau aan de slag met verduurzaming.
- Een andere optie is om de vrijblijvendheid die er nu heerst los te laten en te kiezen voor een bepaalde mate van verplichtstelling. Dit betreft scenario 2 en 4 in onderstaande afbeelding (waarbij CSRD staat voor Corporate Sustainability Reporting Directive – Europese wetgeving voor duurzaamheidsrapportage). Hier zijn de geïnterviewden een groot voorstander van. Ze vinden het belangrijk dat de culturele sector verplicht wordt om stappen hierin te zetten; nu is de situatie volgens hen te vrijblijvend en zit er te weinig beweging in. Deze verplichtstelling zou volgens hen onderdeel kunnen zijn van de subsidieverstrekking.
- Ook kan de Rijksoverheid kijken of het zinvol is om de data die de culturele organisaties verzameld hebben over duurzaamheidsindicatoren centraal beschikbaar te stellen, bijvoorbeeld in een dashboard (scenario 1 en 2). Op die manier ontstaat er een benchmark, waarmee binnen de gehele culturele sector gebenchmarkt kan worden. Daarbij lijkt het goed om onderscheid te maken tussen de koplopers die al van alles in kaart hebben gebracht (vaak in eigen spreadsheets) en achterblijvers die niet goed weten waar te beginnen.
Creatieve aanvliegroutes
Tijdens onze verkenning, en zeker tijdens de interviewserie, hoorden we prachtige creatieve manieren waarop de koplopers bezig zijn met verduurzaming. De verschillende actoren leggen hierin velerlei accenten. Zo is er een festival dat bezoekers op verschillende manieren stimuleert om op een groene manier naar het festival komen. Bezoekers betalen tien euro extra per toegangsticket. Deze toeslag wordt vervolgens gebruikt om ervoor te zorgen dat alle bezoekers klimaatneutraal naar het festival kunnen reizen; bijvoorbeeld dankzij korting bij de NS, door het laten rijden van fossielvrije festivalbussen en door het gebruik van groene samenreis-apps. We hoorden van een dansgezelschap dat delen van oude repertoires hergebruikt zodat er minder repetitietijd nodig is en er dus minder reisbewegingen voor de dansers nodig zijn.
Decors en kostuums worden hergebruikt of gemaakt van tweedehands materiaal. Er is uitsluitende vegetarische catering bij sommige gezelschappen. Bij de inkoop van schoonmaakmiddelen of andere materialen kiezen culturele organisaties bewust voor milieuvriendelijke producten of bedrijven. En een groot orkest dat veel intercontinentale reizen maakt, organiseert de tournee op een logische volgorde in steden die met de trein te bereiken zijn om het aantal vliegbewegingen zo klein mogelijk te houden.
Daarbij zien we dat er ook een verschil is in groene profilering van culturele organisaties. Het festival dat tien euro extra vraagt per toegangsticket profileert zich bewust als groen en heeft openlijk de ambitie om in 2025 circulair en klimaatpositief zijn. Een bioscoopketen die we spraken, zet grote verduurzamingsstappen, maar hangt dit bewust niet aan de grote klok omdat niet iedere bezoeker hiermee bezig wil zijn bij een avondje uit.
"In onze verkenning hoorden we over creatieve manieren waarop de koplopers bezig zijn met verduurzaming, met velerlei accenten."
Belemmeringen
Verduurzaming binnen de culturele sector is nog een relatief nieuw onderwerp, en de deelnemers aan de verkenning liepen tegen diverse belemmeringen aan. Zo is niet van iedere indicator data beschikbaar voor iedere organisatie. In sommige gevallen omdat organisaties voor de benodigde informatie sterk afhankelijk zijn van derden. De keten om deze organisaties heen pakt bovendien soms nog weinig eigenaarschap als het gaat om inzicht geven in relevante data en het zelf groen werken; bijvoorbeeld niet-duurzaam transport van materiaal naar een festival.
We zien ook dat culturele organisaties soms belemmerd worden door de subsidies die ze krijgen. Aan subsidies is een leveringsvoorwaarde gekoppeld, namelijk het maken van kunst, maar daarbinnen is er nauwelijks financiële ruimte om te verduurzamen. Dus nemen ook culturele gezelschappen die gemotiveerd zijn om te verduurzamen, niet de stappen die ze eigenlijk zouden willen zetten.
Vooral de experts op het gebied van milieu-impactmonitoring ervaren het gebrek aan sturing vanuit de overheid als de grootste belemmering. Dat beeld wordt herkend door de koplopers die wij spraken. Verder is het de vraag hoe de organisaties die nog niet ver zijn met het meten van impact, mee kunnen komen. De koplopers zijn soms op heel gedetailleerd niveau aan het werk, wat ontmoedigend kan zijn voor culturele organisaties die hier voorzichtig mee willen gaan starten. Het gemis van een duidelijke meetmethode waar iedereen mee uit de voeten kan – dus ook de achterblijvers – is hierin een belangrijke factor.
Artistieke vrijheid versus beperkingen
Kijken we naar de koplopers van de verduurzaming in de culturele sector, dan staat buiten kijf dat hier een bijzondere beweging gaande is. Enerzijds zien we dat de culturele sector altijd bezig is geweest met het creëren van artistieke vrijheden voor zichzelf, waarbij de ruimte die er was gebruikt werd om kunst te maken. Anderzijds zien we dat makers van kunst zichzelf ‘beperkingen’ opleggen en scherpe keuzes maken: door voorstellingen aan te passen, door reisbewegingen anders te plannen, of door duurzaamheid te integreren in het DNA van organisatie. Om de hele sector mee te krijgen in deze ontwikkelingen, is er wel nog een gezamenlijke richting en sturing nodig. Als het aan de experts en koplopers ligt, kan de overheid daarbij helpen.

drs. Madelon van Duren
Madelon is adviseur-onderzoeker bij Het PON & Telos. Met haar journalistieke en antropologische achtergrond heeft ze een grote voorliefde voor kwalitatief onderzoek. Ze werkt voornamelijk aan vraagstukken rondom leefbaarheid en de energietransitie.